RCT in actie

Vinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.x

Felix Cresis

1977, zijn eerste deelname aan de Europese veteranenkampioenschappen bracht prachtige resultaten met zich mee. Een fiere Felix (Fé voor de vrienden) keerde, samen met onder meer Gaston Roelants, terug van Göteborg na het verpulveren van maar liefst twee clubrecords. De 1500m haspelde hij, op 44-jarige leeftijd, af in 4’18” en op de 5000m klokte hij af op 16’13”. Na zijn Zweedse avontuur sneuvelde nog een clubrecord, dat van de 3000m in een tijd van 9’25”. Het zomerseizoen was nog niet voorbij of de plannen van de ongenaakbare Bostenaar voor het volgende seizoen stonden al op papier: zich kwalificeren voor de volgende veteranenkampioenschappen in Italië.

Het daaropvolgende Europese veteranenkampioenschap in Hannover leverde Felix een finaleplaats op in de 800m.

“Ik finishte als zesde in een tijd van 2’07”, mijn beste tijd ooit op deze afstand. Ik ben op veel plaatsen geweest en heb veel gezien, maar van mijn deelname aan het EK in Hannover heb ik veel opgestoken. De Duitse mentaliteit, prachtig om te zien. De piste mocht je pas enkele minuten voor de start van je wedstrijd betreden. Eerder mocht je er niet op. Die stiptheid, die tucht, … Zo zou het overal moeten zijn.”

FelixjongIn 1983 trok hij met de Belgische delegatie naar Puerto Rico om er deel te nemen aan de veteranenwereldkampioenschappen. Opnieuw bereikte hij de finale, ditmaal op de 800m en de 1500m. Een jaar later was Brighton het decor van de Europese kampioenschappen. Ook daar was Felix finalist op deze twee afstanden. De kers op de taart was de bronzen medaille op de 4 x 400m. Gemeenschapsminister Karel Poma (eind 2014 overleden) ontving Felix op zijn kabinet om hem te feliciteren.

Laatbloeier

“Bijna iedere afdeling van de Citrique had een voetbalploeg. Wij als elektriciens hadden ook een ploegje, maar vaak waren we met te weinig om een elftal te vormen. Voetbal interesseerde me niet, maar als 39-jarige was ik bijna verplicht om mee te spelen. Wat een ramp was me dat! Mijn conditie was ondermaats, ik voelde mijn benen niet meer. Toen de tweede helft van start ging, nam de scheidsrechter mijn plaats in op het veld en ik speelde scheidsrechter. Maar dat geheel ter zijde. Pas op mijn veertigste ontdekte ik het lopen. Toentertijd was er nog geen sprake van Start to Run en Evy Gruyaert was nog een eicel. Ik was een laatbloeier, maar ik was meteen gelanceerd dankzij Constant Coenen. Hij begeleidde me gedurende het eerste jaar dat ik liep. Dankzij hem kreeg ik de loopmicrobe te pakken en al snel ontdekte ik het plezier van de veldlopen. Vaak eindigde ik vooraan in het deelnemersveld. Het voetbal heb ik meteen gelaten, dat heeft me toch nooit geïnteresseerd. Een jaar later, in 1974, sloot ik me aan bij de Racing.”

In de krant

“RCT telde niet veel veteranen, de club was meer gericht op jeugdatleten. In 1977 liep ik mijn eerste Europese kampioenschap. Sindsdien stond ik bijna wekelijks in de krant. Het trotst ben ik op mijn tweede plaats op het Belgisch crosskampioenschap dat plaatsvond aan de vijvers van Averbode. Als pistier in de zomer kon ik goed op de voorvoet lopen en had ik een grote foulée. Van modder moest ik niet weten. Een sterke loper was ik niet, een snelle wel. Het vlakke parcours was me dan ook op het lijf geschreven. Al van aan de start wist ik dat winst er die dag niet inzat. Eén iemand was te sterk voor mij, dat wist ik op voorhand. Halverwege de wedstrijd liepen we met een groepje van drie achter de eerste aan. Vierde wilde ik niet worden, ik moest en zou op het podium staan. De adrenaline was er. Ik kon steevast rekenen op een goede eindspurt, ook deze keer en zo finishte ik als tweede.”

veteranenLoop mee Bost

“Het doet me plezier mensen te zien lopen. Iedere loper ziet af, ook degene die voor de start nog snel een pintje aan de toog bestelt en als laatste finisht. In mijn beginjaren als atleet richtte ik een loopclubje op in mijn dorp, ‘Loop mee Bost’. Iedere zondag liepen we in het provinciaal domein van Hélécine, net over de taalgrens. Ik wilde meer en al snel kwam ik met het idee om een jogging te organiseren. 25 keer heb ik de Tiense Tien Kilometer ingericht. Dat lokte veel goede atleten van over heel Vlaanderen. Schoon tijden waren dat.”

Felix zijn geheim om zo fit te blijven?

“Het zit ergens in je genen. Als scholier speelde ik voetbal, maar ik was daar niet goed in. Lopen kon ik, dat had ik al vrij vroeg door. Had ik in een ander milieu gezeten, dan was ik waarschijnlijk op jongere leeftijd gestart met atletiek. Maar mijn vrienden voetbalden allemaal, dus ik deed mee. Tegenwoordig loop ik nog twee maal per week en doe ik aan netbal. Daarnaast volg ik turnlessen met de 50+’ers van de stad Tienen, twee keer per week. Dat is keihard, vooral de buikspieroefeningen. Maar je hebt dat nodig om sterker te worden in het lopen. Probeer het zelf eens: je gaat op de grond zitten met je handen naast je. Dan hef je alles op, ook je poep. Lang kan je zoiets niet volhouden, maximum 3 à 4 tellen. Dus je weet het hé, als je loopt, train je buikspieren.”